Blogpagina

Procédure de mise en état

Het Nederlandse recht heeft veel overeenkomsten met het Franse recht. Dat komt doordat tijdens de Napoleontische overheersing twee eeuwen geleden belangrijke elementen van het Franse recht in Nederland zijn geïntroduceerd. Toch zijn er na twee eeuwen belangrijke verschillen ontstaan: bijvoorbeeld de “procédure de mise en état” versus de Nederlandse substantiëringsplicht.

Substantiëringsplicht

In 2002 is in Nederland in het civiele proces de zogenaamde substantiëringsplicht ingevoerd (artikel 111 lid 3 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering). Dit houdt in dat de eiser in de dagvaarding zoveel mogelijk alle feiten en rechtsgronden moet vermelden. Eiser moet ook ingaan op de door gedaagde aangevoerde verweren. De gedachte daarachter is een snelle efficiënte procesgang. In de basis volgt namelijk op de dagvaarding één reactie van de gedaagde vervolgens een zitting en daarna een vonnis.

Procédure de mise en état

Het Franse civiele recht kent de zogenaamde “procédure de mise en état”. Deze procedure heeft als doel om het dossier gereed te maken voor de rechter zodat deze een uitspraak kan doen. Het verloop is in hoofdlijnen als volgt.

Nadat de dagvaarding (assignation) is uitgebracht, wordt de zaak aangebracht bij de rechtbank. Er wordt dan een eerste zittingsdatum bepaald. Daarop kan de advocaat van gedaagde zich stellen (se constituer). Dat wil zeggen dat deze zich bekend maakt aan de eiser en de rechtbank. De advocaat van de eisende partij moet dan alle stukken aan de advocaat van gedaagde toesturen.

Vervolgens wordt een nieuwe zittingsdatum bepaald. Advocaat van gedaagde kan dan een verweerschrift (conclusie van antwoord) indienen. Vervolgens komt er een derde zittingsdatum waarop de advocaat van gedaagde een conclusie van repliek kan indienen. Daarna volgt wederom een zittingsdatum voor een conclusie namens gedaagde. Ook daarna kunnen nieuwe data voor nieuwe conclusies worden bepaald tot het moment waarop partijen bepalen dat alles wel gezegd en geschreven is. Eerst dan sluit de rechtbank de “mise en état” en wordt een datum voor pleidooi bepaald.

Grondigheid versus efficiency

Door dit stelsel van “mise en état” biedt het Franse recht meer gelegenheid om standpunten aan te voeren en later uit te bouwen dan het Nederlandse procesrecht. Wat is nu beter? Ik vind dat lastig te zeggen. Het Franse recht biedt veel meer mogelijkheden om standpunten uitgebreid uit te wisselen en uit te bouwen. Het nadeel isdat het vaak tot herhalingen van standpunten leidt. Het Nederlandse burgerlijk procesrecht is sneller, maar in mijn visie ligt de nadruk in Nederlands soms (te) zeer op efficiency en snelle afdoening van zaken.  Maar misschien zijn de beide procesrechtelijke stelsels wel een afspiegeling van de verschillende volksaard. Wie weet?

  • SHARE
  • TWEET
  • PIN